Schietincident
Op 13 februari 2024 ontmoetten het slachtoffer en de medeverdachte elkaar op de kruising van de Kromme Mijdrechtstraat en de Rijnstraat in IJmuiden. Op enig moment ontstond een woordenwisseling tussen de twee mannen die ontaardde in een vechtpartij. De medeverdachte kwam hierbij op de grond terecht, waarbij het slachtoffer over hem heen gebogen stond.
Op dat moment schoot de verdachte met een vuurwapen meerdere keren in de richting van het slachtoffer. Het slachtoffer rende weg de Kromme Mijdrechtstraat in. De verdachte is achter het slachtoffer aan de straat in gelopen, waar hij nog een keer heeft geschoten. Direct daarna reed de medeverdachte met de verdachte in de kofferbak van zijn auto weg.
Gelet op het aantal hulzen dat is teruggevonden, heeft de verdachte in ieder geval vijf keer geschoten. Eén schot raakte het slachtoffer in zijn rug. Kort daarna overleed het slachtoffer aan deze verwonding.
Beslissing van de
rechtbank
De rechtbank vindt bewezen dat de verdachte de schutter is. Dat de verdachte het ongewapende slachtoffer in zijn rug schoot, getuigt volgens de rechtbank van een laffe daad. De verdachte ontnam het slachtoffer daarmee het meest fundamentele recht, namelijk het recht op leven. Hij heeft daarmee onbeschrijfelijk veel leed toegebracht aan de naasten van het slachtoffer. Op de zitting heeft de zus van het slachtoffer namens de nabestaanden op indringende wijze verwoord wat het verlies van hun dierbare voor hen betekent. Hij laat twee jonge kinderen na, waarvan de jongste een maand na zijn overlijden is geboren. Hun leven en dat van de andere nabestaanden is voorgoed veranderd.
Nergens blijkt uit dat de verdachte zich heeft bekommerd om het lot van het slachtoffer. Evenmin heeft hij spijt betuigd of openheid van zaken gegeven. De nabestaanden tasten hierdoor in het duister over wat er die bewuste avond nu precies is gebeurd, terwijl de rechtbank zich kan voorstellen dat die informatie voor hen kan helpen bij de verwerking van de dood van hun naaste.
Een schietpartij in een woonwijk, met dodelijke afloop, brengt ook in de rest van de maatschappij ernstige gevoelens van angst en onveiligheid teweeg.
De rechtbank rekent dit alles de verdachte zwaar aan.
Naast het doodschieten van het slachtoffer wordt de verdachte gestraft voor het bezit van een vuurwapen en voor een poging iemand met geweld en bedreiging te dwingen iets te doen. De rechtbank legt de verdachte een gevangenisstraf op van negen jaar en tien maanden. Daarnaast moet de verdachte aan de ouders, de partner, de kinderen en de zus van het slachtoffer schadevergoedingen betalen van in totaal ruim 100.000 euro.
Vrijspraak
medeverdachte
De rechtbank ziet onvoldoende bewijs dat de medeverdachte opzet had op het doden van het slachtoffer. De rechtbank spreekt hem daarom vrij van medeplegen van doodslag
en ook van medeplichtigheid. Wel staat vast dat de medeverdachte de verdachte heeft geholpen aan de politie te ontkomen door hem na de schietpartij in de kofferbak van zijn voertuig mee te nemen (begunstiging). De medeverdachte is echter niet strafbaar omdat hij dacht zelf door de politie te worden gezocht. Daarnaast is bewezen het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen. De medeverdachte krijgt hij 165 dagen gevangenisstraf voor dit verboden wapenbezit.
11.1 ℃
















































